Kop
genade
Maak uw keuze:

Genade tot redding

Titus 2:11-14 (NBV):
11 Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen.
12 Ze leert ons dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen
en bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven,
13 in afwachting van het geluk waarop wij hopen:
de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze Redder Jezus Christus.
14 Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen,
ons te reinigen en ons tot Zijn volk te maken,
dat vol ijver is om het goede te doen.

Beste mensen, in bovenstaande verzen staat nog al wat over de genade.
Wat hier staat is overweldigend en nauwelijks voor ons mensen te bevatten.
De genade reikt veel verder dan waar menig christen zich van bewust is of tot zich laat doordringen.
De genade omvat een heel reddingsplan en rekent eens en vooral af met de heerschappij van de zonde.
Laten we eens proberen om op al de facetten van deze tekst hierboven nader in te gaan
en kijken wat de Bijbel er verder over zegt.
De kernbegrippen zijn:
mercy (12K)
De gebruikte Bijbelteksten op deze pagina kunt u zichtbaar maken, door er met de muis overheen te gaan. Voor deze teksten is gebruik gemaakt van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV).

Openbaar

Gods genade is bekend geworden. Zij wordt door de gehele wereld heen verkondigd. Ook u leest er nu over. Voordat Jezus op aarde kwam was ze nog niet in haar volle omvang bekend (Ef 3:6-9, Rom 16:25) , maar nu is ze openbaar. (Rom 16:26)

Redding

De vraag rijst op, waar we van gered moeten worden. Als we gered moeten worden, dan moet er gevaar zijn. Wat is dat gevaar? De Bijbel zegt, dat het gevaar dat dreigt, de eeuwige dood is, die we verdienen, doordat we zondigen, en zondigen, dat doen we allemaal. (Rom 3:23) Door onze zonden is er een verwijdering ontstaan tussen God en ons en verdienen we de eeuwige dood. (Rom 6:23) God kan namelijk geen zonden tolereren en niet met zonden omgaan, daar Hij zelf zonder zonden is. (Deut 32:4, Psalm 100:5) Van dit grote gevaar, om veroordeeld te worden tot de eeuwige dood, kunnen we gered worden. God biedt ons een reddingsplan aan. Daarom heeft Hij Jezus gezonden om ons te redden van het komende oordeel. (1 Tes 1:10) Hij wil ons het eeuwige leven schenken. (Rom 6:23)

Alle mensen

Het reddingsplan dat God ons aanbiedt geldt voor iedereen. Iedereen kan de genade aannemen. Dat doen we door te vertrouwen en te geloven dat Jezus Christus onze Redder is en Hem als Heer in je leven aan te nemen en te volgen. (Joh 3:16) "Tot redding van alle mensen" wil beslist niet zeggen, dat alle mensen gered worden. Wie niet deel uit wil maken van het reddingsplan en Jezus niet aanvaardt als zijn redder en verlosser, zal niet gered worden. (Marc 16:16, Joh 3:36, Op 20:15) God gooit iedereen een reddingsboei toe, maar we moeten die wel zelf pakken.

Leert ons

Gods genade leert ons; zij geeft ons een zondebesef.
We weten hierdoor wat goed of fout is.
Door Gods genade leren we heel veel:
Wij leren onderlinge broederliefde. (1 Tes 4:9)
Wij leren alles naar waarheid, zonder bedrog. (1 Joh 2:27)
Wij leren de volle waarheid kennen. (Joh 16:13)
Wij ontvangen inzicht in alles. (2 Tim 2:7)
Wij leren dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen. (Zie hierna)
Wij leren dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven. (Zie verderop)
Door te leren van Gods genade kunnen we groeien in kennis en genade. (2 Pet 3:18)
Zij leert ons onderscheid tussen wat van God komt en wat van de satan. (Heb 5:14)

Goddeloze wereldse begeerten afwijzen

Als we Gods reddingsplan aannemen en gebruik willen maken van Zijn genade door Jezus aan te nemen en te volgen, dan moeten we ons bekeren. Bekeren wil zeggen omkeren en de tegengestelde richting op gaan. We moeten het zondigen leven achter ons laten en daar afstand van nemen. We moeten geen deel meer hebben en willen hebben aan de zondige wereld. (Ef 4:20-24, Rom 6:1-2, 1 Pet 4:2) Ook wat wij zogenaamd kleine zonden noemen, vallen onder de zonden, en horen in het leven van een christen niet thuis.

Bezonnen rechtvaardig en vroom leven

Als we Jezus willen volgen, dan hebben we de opdracht om niet meer te zondigen. (1 Joh 3:6) Ons leven dient dan vrucht te dragen in de wijngaard van de Heer, te weten, Zijn koninkrijk, (Mat 3:8) daar wij anders wel eens met wortel en tak weggenomen zouden kunnen worden. (Mat 3:10, Joh 15:1-2) Een christen is niet meer uit op de verderfelijke zaken, die de wereld meer en meer biedt. Hij zal daar geen plezier meer aan kunnen en willen beleven.

In afwachting van geluk

Dankzij de genade mogen we uitzien op toekomstig geluk. Dit geluk is dat we mogen uitzien naar de terugkomst van de Here Jezus en onze toekomst hebben in het hemels paradijs (Op 2:7), waar we voor eeuwig met onze Heer mogen samenleven. (1 Tes 4:16-17).

Hoop

Op de terugkomt van de Heer Jezus Christus is onze hoop gevestigd. Hij is onze hoop en toekomst. Wij leven hier op aarde, in de hoop en verwachting, dat Hij spoedig zal komen. Hij zal ons meenemen naar dat Hemelse paradijs, waar geen zonde, dood en verdriet meer zal zijn. (Op 21:4).

Verschijning van de majesteit van God / Redder Jezus Christus

We zullen onze Redder Jezus Christus zien, en de majesteit van God mogen aanschouwen. We zullen Hem zien in al Zijn heerlijkheid en luister. (Luc 9:26, 1 Kor 13:12) Iedereen zal zich buigen voor Hem en Hem eer geven, zelfs satan. (Rom 14:11, Fil 2:10-11, Op 5:13)

Heeft zichzelf gegeven

Jezus heeft zichzelf voor ons gegeven, om ons te redden. (Gal 1:4, Gal 2:20, Ef 5:2, Heb 9:14) Hij liet zichzelf als offer gebruiken, om onze zonden weg te nemen. Aan het kruis heeft Hij geleden en is Hij gestorven en heeft zo de zondelast, die zwaar op onze schouders drukte, van ons afgenomen en vernietigd. (Kol 2:14, Jes 43:25) God zal onze zonden zelfs niet meer gedenken (Heb 8:12, Heb 10:17), iets wat wij ons in het geheel niet kunnen voorstellen. Wij kunnen soms wel vergeven, wat ons is aangedaan, maar vergeten lukt ons niet.

Vrijkopen

Jezus heeft een hoge prijs betaald (1 Kor 6:20, 1 Kor 7:23), om ons van de zonde te verlossen. Die prijs was Zijn eigen leven (Op 5:9). De Bijbel spreekt ervan dat de mensen in slavernij zijn van de zonde. Zij zijn een slaaf van de zonde. Door die hoge prijs te betalen heeft Jezus degenen die Hem volgen vrijgekocht uit deze slavernij en hen tot kinderen van God gemaakt (Rom 8:15), die mogen delen in de erfenis van Zijn dood. (Ef 1:14, 1 Pet 1:4)

Van alle zonden

De prijs die Jezus betaalde was zo groot, dat hij ruim voldoende was voor alle zonden van alle mensen. Geen zonde is te groot of er is voor betaald. (Jes 1:18, Micha 7:19, Ef 1:7)

Ons reinigen

Hij zal ons mensen, die bevuild zijn door de zonde, reinigen met zijn bloed, dat voor onze zonden vergoten is. Al onze zonden zullen worden weggewassen (Op 1:5), ook de allergrootste. (1 Joh 1:7) Dan zullen we schoon zijn, zonder enige vlek of rimpel. (Ef 5:25-27)

Tot Zijn volk

Jezus zal Zijn volk zelf samenstellen, door de reiniging door Zijn bloed. (Mat 1:21, 1 Pet 2:9) Alleen de gereinigden, Zijn volgelingen behoren tot Zijn volk.

Vol ijver

Als Zijn volk mogen we Hem vol ijver dienen in Zijn koninkrijk. (Rom 12:11)

Het goede doen

In deze ijver mogen en behoren we goede werken te doen. (Ef 2:10, 1 Pet 2:12, Tit 2:7) Dit zijn niet de werken die wij goed vinden, maar die God goed vindt, geleid door Zijn Heilige Geest. (Rom 8:8-9)

(Peter Ju)