Kop
Marjo van Someren
De Heer kent al de Zijnen
(Johan de Heer 36)
 
Tekst van dit lied:

Vers 1:
De Heer kent al de Zijnen,
en wordt van hen gekend;
Hij hoedt hen als Zijn schapen,
aan Zijne trouw gewend.
Geen wordt Hem ooit ontnomen.
Hij is hun stok en staf.
Zij blijven steeds de Zijnen,
tot aan en over 't graf.
Zij blijven steeds de Zijnen,
tot aan en over 't graf.

Vers 2:
En breekt de dag der dagen,
de jongste dag eens aan,
als alle mensen samen,
voor Uwe richtstoel staan,
plaats ons dan, Heer, genadig
aan Uwe rechterhand,
want dan ook kent Gij d' Uwen
uit ieder volk en land.
Want dan ook kent Gij d' Uwen
uit ieder volk en land.