Kop
De Herdertjes lagen bij Nachte
(Johan de Heer 609, Wie zingt mee? - lied 54)


 
Tekst van dit lied:

Vers 1:
De herdertjes lagen bij nachte,
zij lagen bij nacht in 't veld.
Zij hielden vol trouwe de wachte,
zij hadden de schaapjes geteld.
Daar horen zij d' engelen zingen,
hun liederen vloeiend en klaar.
De herders naar Bethelehem gingen;
’t liep tegen het Nieuwe Jaar.

Vers 2:
Toen zij er te Bethlehem kwamen,
daar schoten drie stralen dooreen;
een straal van omhoog zij vernamen,
een straal uit het kribje beneên;
toen vlamd' er een straal uit hun ogen,
en viel op het kindeke teer.
Zij stonden tot schreiens bewogen,
en knielden bij Jezus neer.

Vers 3:
Maria, die bloosde van weelde,
van ootmoed en lieflijke vreugd.
De goede sint Josef, hij streelde
het Kindje, der mensen geneucht.
De herders bevalen ter weiden
hun schaapjes aan d' engelenschaar.
„Wij kunnen van 't kribje niet scheiden,
wij wachten het Nieuwe Jaar”.